Wolkeneeuw

Ik ben begonnen aan een vertaling van Bruce Boones Century of Clouds. Wolkeneeuw. Een klassieker uit de New Narrative waarin Boone zijn seksuele en politieke ontwikkeling probeert te doorgronden terwijl hij een marxistische summerschool in het Midden-Westen van de VS bezoekt. Een schitterend boek, waarin je van anekdote naar anekdote struikelt, roddel naar roddel, en intussen leest over de problemen van een homoseksuele man die zijn ervaringen, zijn verlangen naar – seksuele, politieke – gemeenschap probeert te verbinden met zijn socialistische overtuigingen. Heel grappig is het moment waarop de verteller Fredric Jameson – Fred – tegenkomt in de douche. Je leest ook niet vaak een boek waarin de vraag hardop wordt gesteld hoe een marxistische begrafenis eruit zou zien, en of zoiets überhaupt voorstelbaar is. Dit is geen mémoire, maar schrijven in real time. ‘You want what you write to actually cause these things to come to exist, you don’t just want to describe them’. The present tense radicalizes everything:

Ik hou van de grootheid van dingen, hun uitgebreidheid. In mijn favoriete droom vlieg ik boven een betoverd bos, armen wijd uitgestrekt. De bomen zijn smaragdgroen en de velden onder mij geordend in nette gele vlakken. Ze joelen en wedijveren met elkaar om hun pracht. Hoog boven mij staat een heldere saffieren hemel. O de sereniteit! Nu beweeg ik de botten in mijn pols en keer lichtjes. Uitkijkend op de zon begin ik mijn afdaling.

In de jaren van vriendschap zie ik degenen die ik liefheb in mozaïekachtige patronen, en naast hen mijzelf. Wie zal over honderd jaar ooit nog weten hoe we heten! We zijn als catalogi voor bloemen en planten, die zich naar een glanzende toekomst bewegen. Het collectieve leven, golf na golf, dat steeds weer nieuwe patronen toont. Als de strepen van een zeebaars; als de woestijncactus die na jaren wachten in bloei staat. Het is lente, en de acacia’s beginnen de straten te bedekken met een tapijt van hun gele stuifmeelachtige dons. Patronen, tekeningen, overdaad waar ik van hou. ’s Nachts kijk ik op naar de leegte, en is de Melkweg een lint van verre, weggedraaide gezichten, in slaap nog. Zullen ze wakker worden?

Op het instituut afgelopen zomer droomde ik een paar nachten elkaar over Freds herhaalde anekdote. Door puur toeval, zegt hij, wanneer drie mensen bij elkaar kwamen, is Sartre de eerste die het woord neemt. “Drie kleine mannetjes!” – en dan een glimlach in de richting van Picasso en Charlie Chaplin. Ik droom dat ze in een cirkel staan en naar beneden kijken, ergens in en voorbij turen. Maar het ligt aan hun voeten. Ik word wakker en begin te lachen. Dit moet ik Fred vertellen! Hij is zo groot, net als de wereld. Iedereen zal mijn droomgrap leuk vinden.

Terwijl ik deze gedachten heb, vindt er een explosie plaats. Letelier wordt opgeblazen in zijn auto door de agenten van de Chileense reactie. Het geluid van bijna stille kogels – en er zijn negen zwarte mannen dood in Oakland door politiemoord. Racisme; armoede. De levens van vrouwen en homo’s onderdrukt in het patriarchaat. Het dagelijkse geweld dat arbeiders wordt aangedaan. De arbeidersbeweging inmiddels bloedig en door wonden verscheurd.

Deze gedachten, groot, publiek, hoe ze te verbinden met mijn leven? Hoe ervaring en aanrakingen – die alleen zelden – samen te brengen met mijn verleden? En ook over verlangen vertellen.

Misschien beginnen je verhalen te vertellen. Een paar belangrijke vriendschappen, in deze tussenruimte, nu mijn leven zich naar buiten verplaatst. Problemen. Vragen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s