Over Frans Kellendonk (1)

kellendonk1Een paar maanden geleden sprak ik in Perdu een dichter en neerlandicus die zich wat nors en verbaasd uitliet over de populariteit van het brievenboek van Kellendonk, dat een maand tevoren was verschenen. Allemaal ruis, volgens hem, allemaal afleiding van het literaire werk. Een opvatting die ik niet deelde.

Ik had uitgekeken naar de publicatie van de brieven van Kellendonk, maar waarschijnlijk om andere redenen dan veel anderen. Frans Kellendonk was voor mij de allerlaatste grote intellectuele schrijver van Nederland, wiens romans een lange schaduw wierpen over het publieke debat, terwijl ze van die debatcultus niets moesten hebben en zich richtten op de goede, oude openbaarheid, die toen misschien al niet meer bestond. Ik heb het natuurlijk vooral over Mystiek lichaam. Kellendonk was een typische representant van zijn ontzuilde generatie. Altijd op zoek naar de wortels, wortels die een voor een waren uitgetrokken, waardoor alles hol was geworden – eerst het privéleven, daarna ook het leven in de gemeenschap. Wat herkende ik die diagnose. Natuurlijk was het ruis, en was de publicatie van de brieven een geraffineerd, geregisseerd gebeuren, waarin alles draaide om het balsemen van een genie, zonder dat er eigenlijk echt werd geanalyseerd wat Kellendonk in die brieven deed, wat hij belichaamde. Ik vroeg me af wat een stijl nog waard was als ze was versteend – nee, werd versteend, als per decreet, door de blik die er vanuit het sceptische heden, es könnte nicht anders gewesen sein, op wordt geworpen. Ik was juist geïnteresseerd in de tijdgebonden, affectieve geest van de jaren tachtig. In de slips of the tongue, de anekdotes, de banaliteiten, de geborneerdheden. Niet zozeer in de gepolijste zinnen die je overal in het oeuvre kon tegenkomen, al bewonderde ik die ook. Wat hoopte ik in die brieven te vinden? Ik wilde vooral iets leren over het culturele en intellectuele leven van de jaren tachtig, en dan niet de vergeestelijkte versie, de dode letter, maar het water waarin Kellendonk elke dag zwom, de normaliteit. De brieven boden een kans om Kellendonk als het kind van zijn tijd te benaderen, in plaats van hem te vereeuwigen.

Wat had hij mij te zeggen? In 2005 was dat duidelijk geweest, in 2015 leek de schaduw die hij wierp donkerder en donkerder te worden. Een verlangen naar gemeenschap verbond ons, en een verzet tegen individualisering. Ik was geen kind van het licht. Maar daar vertakte de toekomst al, in allerlei richtingen, ik zag de paden slingeren, voor eeuwig van elkaar gescheiden – of zouden ze elkaar nog eens kruisen?

Wordt vervolgd in deel 2.

Advertenties

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s