Over Frans Kellendonk (4)

-021

Ik zat op het puntje van mijn stoel, aantekeningenboekje klam in mijn schoot. Volgens Andeweg zat Letter en Geest vol met perversies. Op groteske wijze raakten werk en seks in dit boek steeds vermengd. Als Felix Mandaat, gewend om vanuit zijn bed te werken, besluit om zijn leven te gaan delen met anderen, zoekt hij geen partner maar een nieuwe baan. Mandaat krijgt een zaadlozing als hij zijn assistente, mevrouw Qualing, opvangt bij het verdrijven van een duivenpaartje uit de leeszaal van de universiteitsbibliotheek. Als Mandaat op de wc, waar hij met een plotse erectie heen is gevlucht, een gesprek afluistert tussen twee collega’s die het over het aanbreken van lente hebben (het ontluiken van de natuur, het begin van nieuw leven) roept dit bij hen alleen professionele verlangens naar ander werk op, niet naar de liefde. Op allerlei manieren trad er in Letter en Geest verwarring op tussen de privésfeer en openbaarheid. Intimiteit stond onder druk.

Toen kwam Andeweg in een versnelling. In een paar zinnen verbond ze de homo-emancipatie, begin jaren tachtig op haar hoogtepunt, met de ambivalentie over de coming-out als de enige mogelijke manier om voor homoseksualiteit uit te komen – openlijk dus, door lid te worden van de homogemeenschap – en liet ze zien hoe die gemeenschap daarmee iets uitsluitends kreeg. Nu het kon moest je je seksuele identiteit immers claimen en uitleven, anders was je niemand. Homoseksualiteit werd zo een publieke performance en dat was niet alleen maar winst. Het betekende ook een verlies. Een verlies van een bestaande identiteit, die vaak nog wortelde in een verleden van marginalisering, schaamte, zelfhaat, pijn, isolatie. Letter en Geest registreert die ambivalentie. Het laat zien hoe moeilijk dat verlies bespreekbaar is. De kast was opengegaan, maar met die zichtbaarheid was ook iets uit het zicht getoverd, een verleden dat het heden wel bleef bespoken maar om het overlijden waarvan niet kon worden gerouwd omdat het in de ogen van de publieke opinie niet bestond. Het probleem van de homoseksualiteit was in de jaren tachtig opgelost.

Maar emancipatie stond niet gelijk aan integratie alleen, zo liet Letter en Geest doorschemeren. De cruciale – en politieke – vraag was of er een alternatief was voor die integratie die emancipatie niet losliet of zelfs terugdraaide. Gelukkig was die mogelijkheid er, een derde weg zogezegd, die voorbijging aan get discours van de coming-out, maar ook aan een geprivatiseerde vorm van seksualiteit, zoals die in de jaren post-Fortuyn gestalte had gekregen in het homonationalisme van rechtse politici zoals Rita Verdonk. De homo als modelburger van de neoliberale staat, die afziet van gemeenschap in ruil voor individuele vrijheid onder toeziend oog van de markt.

Nee, volgens Andeweg sloot de positie van Kellendonk meer aan bij iemand als Heather Love, die over de blijvende aanwezigheid van negatieve emoties in de geschiedenis van homoseksualiteit had geschreven – precies de gevoelens die in Letter en Geest zo’n grote rol speelden, op de achtergrond, als eenzaamheid. Die donkere gevoelens waren niet zomaar verdwenen, ook niet nu ze waren omgezet in gevoelens van trots – juist niet. Want hoewel zulke gevoelens homoseksuelen hadden geblokkeerd en beklemd vormden ze ook een geleefde realiteit, waar mensen aan waren gehecht, die hen hadden vervormd en gevormd, beschadigd maar ook gemaakt.

Ineens besefte ik iets. Ideaalbeelden bestonden niet. In deze gotiek stond geen pervers heden tegenover een weldadige nostalgie. Het verleden zelf was een hoop verbogen rommel. Er staken spijlen uit. In een van die spijlen zag ik mijzelf weerspiegeld. In mijn notities was homoseksualiteit ongemerkt tot heteroseksualiteit vergleden, zonder dat ze elkaar uitwisten. Heteroseksualiteit was groei maar ik werd het verleden in geslingerd, naar de historische bronnen van mijn eigen verlegenheid, mijn eigen onvermogen tot communicatie, die hier ergens waren ontsproten. Emancipatie had geleid tot individualisering, daarna tot atomisering en ten slotte tot eenzaamheid. Opnieuw. Moest emancipatie niet meer inhouden – geen bevrijding van de samenleving, maar bevrijding van atomisering? Het probleem waar Kellendonk mee had geworsteld stond ineens levensgroot voor me.

Wordt vervolgd in deel 5.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s